FLANDRE

 Page de la section "Belgique"
proposée par la librairie
L'Oiseau-Lire

Pour commander

Nouvelle(s) entrée(s)

 

DESNERCK (Roland) — Oostends woordenboek. Bijvoegsel. Oostende, 1979. In-8° broché, 55 p.
Woord vooraf :
   « Toen mijn Oostends Woordenboek in 1972 na het van de pers komen in de boekhandel Corman aen het publiek voorgesteld werd, gewaagde Karel Jonckheere, die het woord voorof gescijreven had, van herdrukken die zouden tot stand komen « aangevuld door ons aller medewerking ». Hij vroeg het talrijke publiek mij woorden en uitdrukkingen, die ik niet had kunnen optekenen, te willen bezorgen, vermits zo'n werk nooit volledig kan zijn. Dit had ik trouwens al begrepen : in mijn inleiding zegde ik duidelijk dat ik gestreefd had naar volledigheid ! Het is natuurlijk ook overduidelijk dat de Oostendse tongen, na het op de markt komen van mijn werk, losser konden komen : « Mijn grootmoeder zei dat anders ! ». « Bij ons werd ook dit woord hiervoor gebezigd ! ... Er zijn nu zeven jaren verlopen en gedurende die periode kwam ik in aanraking met mensen die ik nog nooit had ontmoet, die me vertelden over het leven van weleer, die het hadden over verdwenen beroepen, verdwenen situaties ... Zo kreeg ik ook kennis van bepaalde woorden die enkel nog bij bepaalde familles leefden.
   Het samenstellen van het Oostends Woordenboek is voor mij steeds meer dan een hobby geweest : het was een obsessie ! Het spreekt dan ook vanzelf dat ik verder woorden en uitdrukkingen bleef verzamelen met het vaste voornemen die te boekstaven. Zelfs op het ogenblik dat de bijna 2000 woorden, uitdrukkingen en verbeteringen bladzijden van het bijvoegsel geworden zijn, kreeg ik er nog nieuwe bij, die ik de lezer niet wil onthouden zodat dit weer uitstel van verschijnen betekende. En weer moet gezegd worden dat het woordenboek niet volledig is, maar dit bijvoegsel moest verschijnen : de mensen wachten al te lang !
   Het is wel jammer dat het enigszins buiten het bestek van mijn werk valt om alle omstandigheden te vertellen waarin de woorden en uitdrukkingen gebruikt werden, want die zitten toch zo in het leven verankerd ! Enkele wil ik er toch geven : ze zullen inzonderheid degenen die de Oostendse volksmentaliteit niet kennen, die visserszeden niet aan de lijve ondervanden hebben, deugd doen (hoop ik).
   Een visser en een bourgeois-dametje (« kakmanzil », « kakmadam ») stonden toevallig samen in de lift. De visser kwam klaarblijkelijk pas uit zee en kleurde en geurde dan ook de visserij. Het dametje bekeek hem minachtend aan, maer hij zei :
   – Madam, 'k zien ik beter in mien klootn of gie in joen muule !
   De bekende Paster Puupe zaliger (Pastoor Pype) ontmoette de visser Bernard Deconinck, pas uit zee terug :
   – Nardn, hé je etwa gevang ?
   – Hemelstevlammede, gin lul, gin vél, gin klotzak, 't woarn oal truttedékkertsjes !
   Twee vrouwen hadden het over een man en dat hij zo'n lelijk gezicht (« vroete ») had :
   – Éwê, hj'is hie ogliek wé vriendelik, hé ? !
   – Joa'nhen, mo most je zien vroete boovn e zwienestal sçhildern, 't en wail gin ain baiste mi binn goan !
   Een bejaard echtpaar dacht eraan nu maar eens het interieur wat te veranderen. Zo zou een oude elken kast maar eens in die andere ruimte moeten staan. Manlief zou dat, geholpen door zijn gade, in orde brengen. Het was evenwel een ouderwetse kast bestaande uit vele panelen en barden verenigd door lunzen. Het dakdeel werd er het eerst afgenomen door moeizaam met zijn beidjes op een stoel te staan. De lunzen werden wat gelost zodat de lichtere rugpaneeltjes uit de gleuven konden gehaald worden : alles werd daarenboven zorgvuldig genummerd met het oog op het weer ineensteken. Dan konden ook de zware elkehouten zijbarden afgenomen worden. Alle onderdelen werden naar de andere plaats gebracht en het weer ineensteken nam een aanvang ; dit vergde een grote inspanning, want het is een zware taak, maar het lukte ! Beiden konden toen de eikehouten kast daar bewonderen. Komt de zoon thuis :
   – Ewê Piet, wa vieng je der van ?
   – O, 'k voeng da vele sjhonder woadat hen aistn stoeg !
    En zegt moeder tegen manlief :
   – Gow, vintsje, mo gon hém were zétn woadat hen stoeg !
   – Godverhemelstemieljêrde, dad is je muule wasjhn mé zalpe én hém ofdroogn méd e koolzak !
   Ook voor wat de etymologie en de oorsprong van bepaalde uitdrukkingen betreft, heb ik nog heel wat materiaal kunnen bijeengaren. Zo werd het gedurende mijn werk over de visserij duidelijk dat de oude Oostendse naam gegeven aan een rederij, « kantoor » voorkomt in de uitdrukking : « da kompt van 't groot kantoor ». Zo was ik eens in een Spaans woordenboek aan het bladeren toen mien oog viel op : cachiporra = knots ; weinu, dit woord is ook het « zuiverste » Oostends : katsieporre (stoot, duw) ; zo zag ik eveneens : apuro = moeilijkheid, Oostends en apoertsje (een tegenvaller), postre = nagerecht, e poester (koffie met druppel), enz. »

10 euros (code de commande : 12733 - vendu).

 

KERVYN DE LETTENHOVE — La Flandre communale. Depuis les origines jusqu'aux dernières croisades. Bruges, Beyaert-Storie, 1883. In-8° sous un cartonnage de percaline bleue, premier plat décoré par la ruche dorée avec la devise « On y revient toujours » de la Maison de Melle, 342, [1 (table)], [1 bl.] p., bon exemplaire..
   
@  La « Maison de Melle », à Melle-Lez-Gand, fut fondée le 16 juillet 1431, par Louis Van den Hole, en faveur des Chanoines réguliers de Saint-Augustin. Ceux-ci y établirent un collège pour l'enseignement des Humanités et des Sciences. Fermée par l'empereur Joseph II, la Maison de Melle fut rendue aux études sous l'occupation française et, en 1837, passa sous la direction des Joséphites.
Table des matières :
   Livre premier : Gui de Dampierre - Mœurs, lois et civilisation - Les Trente-Neuf.
   Livre deuxième : Avènement de Philippe le Bel - Bataille de Bulscamp - Expédition anglaise en Flandre.
   Livre troisième : Appel adressé à Boniface VIII - Charles de Valois en Flandre - Captivité de Gui de Dampierre.
   Livre quatrième : Lutte héroïque des communes flamandes - Bataille de Courtray.
   Livre cinquième : Suite de la guerre contre Philippe-le-Bel - Revers en Zélande - Bataille de Mont-en-Pévèle.
   Livre sixième : Robert de Béthune - Traités d'Athies, de Paris, de Pontoise, d'Arras - Mort de Philippe le Bel.
   Livre septième : Confédération des alliés - Complots de Louis de Nevers et de Robert de Cassel.
   Livre huitième : Louis de Nevers - Troubles en Flandre - Invasion de Philippe de Valois.
   Livre neuvième : Jacques d'Artevelde.
   Livre dxième : Mort du comte de Flandre.
   Livre onzième : Louis de Male - Continuation des guerres - Mouvement des communes en France et en Flandre.
   Livre douzième : Philippe d'Artevelde - Bataille de Roosebeke.
   Livre treizième : Expédition anglaise en Flandre - Mort de Louis de Male.

     30 euros (code de commande : 12751).

 

VAN DOORSELAER (A.) et VERHAEGHE (F.) — Excavations at the XIVth Century Village of Roeselaere (Sint Margriete) (East Flanders, Belgium). Brugge, De Tempel, 1974. In-4° broché, 77 p., illustrations, tableaux, planche dépliante, (collection « Dissertationes Archeologicae Gandenses », vol. XV).
Extrait de l'introduction :
   « This report describes the results of three excavation campaigns which took place on the site of the medieval village of Roeselare, located on the territory of the present village of Sint Margriete (province of East Flanders). The viedieval village disappeared in the flood of 1376. The documentary background of the site is briefly described and, as far as possible, correlated with the evidence from the excavations. Only the supposed site of the manor of Roeselare could be partially excavated. There was one single period of occupation, broadly corresponding to the middle and the third quarter of the XIVth century, with three brick buildings of which few remains only were discovered. The building remains consisted mainly of robbery trenches and of one construction only could the plan bc reconstructed. This building, the outside of which measured 9,5 m
´ 6,5 m, was provided with buttresses, which indicate a fairly substantiel construction. At a distance of about 4 m to the south-west of this building, the remains of a second building were discovered. Finally, about 18 m south east of the first building, traces of a third construction were found. The excavation also made it possible to establish the presence of several creek-arms, which are most probably the traces of a violent flood. The dating material (pottery) found in these creek-arms makes it possible to substantiate the documentary evidence, which suggests that the flood of 1376 destroyed the larger part of the village of Roeselare, after which date only the old cemetery and maybe a few houses remained in use. »

13 euros (code de commande : 12770 - vendu).

Pour être informé des mises à jour de cette page

 

 

 

BAUTERS (Paul) et BUYSSE (Raoul) — De oostvlaamse watermolens. Inventaris 1980. Gent, 1980. In-8° broché, 197 p., nombreuses illustrations en noir, (collection « Kultureel Jaarboek voor de Provincie Oost-Vlanderen », Bijdragen Nieuwe Reeks, nr 11).
Inventaris Oostvlaamse watermolens :
   Aaigem : Engelse molen.
   Aaigem : De Waterrat
   Balegem.
   Bambrugge.
   Bavegem.
   Borsbeke : Carolusmolen.
   Denderwindeke : Schoreelsmolen.
   Elene.
   Elst : Perlinckmolen of molentje te Berlijn.
   Erembodegem.
   Erpe : Cottemmolen.
   Erpe : Van der Biestmolen.
   Etikhove : Ladeuzemolen.
   Gontrode : Watermolen van Roo.
   Herzele : 's Heerenmeersen.
   Hundelgem : Pedes molentje.
   Iddergem : Eenemolen.
   Impe : Riddermolen.
   Kwaremont.
   Leupegem : Nonnemolen.
   Maarke-Kerkem : Ter Borchtmolen.
   Massemen : Van Hauwermeirsmolen.
   Massemen : Maalbroekmolen.
   Mater : Zwadderkot- en watermolen.
   Meerbeke : Fonteintjesmolen.
   Melden : Nedermolen.
   Mere : De Graevemolen of « Bij Mulderkens ».
   Mere : Molen ten Broek.
   Mere : Gotegemmolen.
   Michelbeke : Boembekemolen.
   Moortsele.
   Mullem : Bekemolen.
   Munkzwalm : Zwalmmolen of Ten Bergemolen.
   Nederbrakel : Slijpkotmolen.
   Nederzwalm-Hermelgem : Van der Lindensmolen.
   Nederzwalm-Hermelgem : Ter Biestmolen of Simoensmolen.
   Ottergem : de Watermeulen.
   Roborst : Machelgemmolen of Bostmolen.
   Ronse : Brembosmolen.
   Rupelmonde.
   Schellebelle.
   Schorisse : Kasteelmolen.
   Sint-Denijs-Boekel : Moldergemmolen.
   Sint-Lievens-Houtem : de Watermolen.
   Sint-Maria-Latem : Ijzerkotmolen.
   Strijpen : Molen Van den Borre.
   Velzeke-Ruddershove : Driesmolen.
   Viane : Mertensmolen.
   Welden : Toysschemolen.
   Wichelen : de Watermolen.
   Zarlardinge : Molen te Walle.

25 euros (code de commande : 12607).

 

BEAUCOURT DE NOORTVELDE (Patrice). Description historique de l'eglise collegiale et paroissiale de Nôtre Dame a Bruges, ...
Bruges, De Busscher, 1773.
Ouvrage relié avec :
   - Relation exacte de la prise de Gand le 11. juillet 1745 ;
   - Mémoires sur les questions proposées par l'Académie Impériale et Royale des Sciences et Belles-Lettres de Bruxelles,
          qui ont remporté les Prix en M. DCC. LXXVIII ;
   - Dissertation de M. l'abbé Ghesquiere, Historiographe de S.M.I.R.A. sur les différens genres de médailles antiques.
Pour en savoir plus...

 300 euros (code de commande : 11614).

 

Beeringen 1907-1957. Bruxelles, Goossens, 1958. In-4° collé sous Rhodoïd et étui, [108] p., nombreuses reproductions photographiques en noir et en couleurs, texte en français et en néerlandais.
   
@ Publication éditée à l'occasion du cinquantenaire de la création de la Société Anonyme des Charbonnages de Beeringen, dans le bassin houiller de la Campine qui prolonge à l'ouest les gisements du Limbourg hollandais et du bassin d'Aix-la-Chapelle.

30 euros (code de commande : 12561).

 

BROUWERS (D.) — Contribution à l'histoire des États du Duché de Limbourg au XVIIIe siècle. Liège, s.d. In-8° broché, 31 p.
@ Extrait du Bulletin de l'Institut archéologique liégeois, t. XXXIV.

6 euros (code de commande : 241/67).

 

CHARLES (J.L.) — La ville de Saint-Trond au Moyen Âge. Des origines à la fin du XIVe siècle. Paris, Les Belles Lettres, 1965. In-8° sous reliure d'éditeur, 488 p., illustrations et 6 plans dépliants hors texte, (collection « Bibliothèque de la Faculté de Philosophie et Lettres de l'Université de Liège », fascicule CLXXIII), envoi de l'auteur.

40 euros (code de commande : 277/65).

 

CHASTELAIN (Jean-Didier) Vie et mort du Pays du Zwin. Bruxelles, Office de Publicité, 1949. In-12 broché, 89 p., illustrations hors texte, (« Collection Nationale », n° 98).

6,50 euros (code de commande : 1227).

 

[COCKSHAW (P.) et DOGAER (G.) — La valeur historique des représentations du Grand Conseil établi sous Charles le Téméraire à Malines. Mechelen, 1973. In-8° agrafé, [17 p.], illustrations, tableaux et une grande planche dépliante en couleurs hors texte, envoi de l'auteur.
@ Extrait du tome LXXVII-2-1973 des Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren et Kunst van Mechelen.

9 euros (code de commande : 308/63).

 

Communes de Belgique. Dictionnaire d'histoire et de géographie administrative. 4. Flandre. (Mid-Z). Bruxelles, Crédit Communal - Renaissance du Livre, 1981. In-8° sous reliure et jaquette d'éditeur, pp. 2426-3075, illustrations.

20 euros (code de commande : 6589).

 

[DE BOOM (Emmanuel), DENUCÉ (Jean) et VERHEYDEN (Prosper)] Antwerpen's Onze-Lieve-Vrouwe-Toren. Antwerpen, Stadsbestuur, 1927. In-4° broché, gravure sur bois de Joris Minne en couverture XIII p., 32 ff. d'illustrations commentées, couverture défraîchie.

25 euros (code de commande : 292/65).

 

De Cœur à cœur. Cent ans. Sœurs des Sacrés-Cœurs et œuvre de l’Enfant Jésus de Prague 1894-1994. Tongres. Heverlee, Sœurs des Sacrés-Cœurs, [1994]. In-4° broché, 197 p., nombreuses illustrations.

10 euros (code de commande : 2785).

 

DE COSTER (Charles) Légendes flamandes. Texte intégral de l'édition Lacomblez. Précédées d'une préface par Émile Deschanel. Bruxelles, Lamertin, 1926. In-12 broché, 203 p., exemplaire numéroté.

19 euros (code de commande : 260/66).

 

DEWALHENS (Paul) Tirlemont. Histoire de la Ville, de ses particularités et de ses monuments. Tirlemont, Syndicat d'Initiative, 1956. In-8° broché, 87 p., illustrations, plan hors texte.

13 euros (code de commande : 1252).

  DE WULF. Generalen index ofte substantieel kortbondig begryp der materien,
        begrepen in de vyf placcaert-boecken van Vlanderen.

   
Gand, Goesin, 1766.

     
Bon exemplaire de cet ouvrage essentiel pour l'étude des lois de la Flandre.
   Pour en savoir plus....

600 euros (code de commande : 11948).

 

DHONDT (Jan) — Les origines des états de Flandre. Louvain, Nauwelaerts, 1950. In-8° broché, 52 p.

8 euros (code de commande : 263/67).

 

[ESTRIX (Jean-François-Xavier)]. OLIVIER (J.) Aen den groot agtbren, edelen heer J.F.X. Estrix, lid der Tweede Kamer, ter feeste van zyne instellinge als burgemeester der stad Mechelen, den 13 meêrt 1821. [Mechelen], F.-J. Van der Elst, [1821]. In-4° broché d'origine, [8 p.], exemplaire en bel état malgré quelques rousseurs.

15 euros (code de commande : 13/58 - vendu).

 

[FLORIS V]. OBREEN (Henri) — Floris V graaf van Holland en Zeeland heer van Friesland 1256-1296. Gand, Van Goethem, 1907. In-8° broché, XLVII + 177 p., (collection « Université de Gand, Recueil de Travaux publiés par la Faculté de Philosophie et Lettres », 34e fascicule).

25 euros (code de commande : 301/65).

 

Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent. Nieuwe Reeks - Deel XXIV. 1970. Gent, 1970. In-8° broché, 152 p., illustrations.
@ Ce volume contient :
Jerusalem in Sint-Baafs te Gent. Een bijdrage over het godsdienstig leven van Gent en het leven in de Sint-Baafsabdij, par J. Winnepenninckx ;
The population of fourteenth-century Ghent, par David M. Nicholas ;
De datering van de Duinkerke III-B transgressie en het dijksysteem ten noorden van Brugge, par Nicole Pannier ;
De oprichting van het koninkrijk België weerspiegel in « Den Vaderlander », par A. Braekman-Devolder

15 euros (code de commande : 10916).

 

 

Handelingen van de Leden en van de Staten van Vlaanderen (1384-1405). Excerpten uit de rekenigen der steden, kasselrijen en vorstelijke ambtenaren. Door W. Prevenier. Bruxelles, Palais des Académies, 1959. In-4° sous reliure d'éditeur, XXXII + 488 p., ("Commission Royale d'Histoire").

20 euros (code de commande : CRH/8).

 

Handelingen van de Leden en van de Staten van Vlaanderen (1405-1419). Excerpten uit de rekenigen der steden, kasselrijen en vorstelijke ambtenaren. Deel I (24 maart 1405 - 5 maart 1413). Door A. Zoete. Bruxelles, Académie Royale de Belgique, 1981. In-4° sous reliure d'éditeur, XLVIII + 704 p., (« Publications de la Commission Royale d'Histoire - In quarto »), exemplaire non coupé.

50 euros (code de commande : 1864).

Handelingen van de Leden en van de Staten van Vlaanderen (1405-1419). Excerpten uit de rekenigen der steden, kasselrijen en vorstelijke ambtenaren. Deel II (10 maart 1413 - 7 september 1419). Door A. Zoete. Bruxelles, Académie Royale de Belgique, 1982. In-4° sous reliure d'éditeur, pp. 705-1627, (« Publications de la Commission Royale d'Histoire - In quarto »), exemplaire non coupé.

60 euros (code de commande : 1865).

Handelingen van de Leden en van de Staten van Vlaanderen (1467-1477). Excerpten uit de rekeningen van de Vlaamse steden, kasselrijen en vorstelijke ambtenaren. Door Willem Pieter Blockmans. Bruxelles, Académie Royale de Belgique, 1971. In-4° sous reliure d'éditeur, XXXV + 352 + V p., (collection « Commission Royale d'Histoire - In-quarto »).

20 euros (code de commande : 292/63).

 

Handelingen van de Leden en van de Staten van Vlaanderen. Regeringen van Maria van Bourgondië en Filips de Schone (5 januari 1477 - 26 september 1506). Excerpten uit de rekenigen van de Vlaamse steden en kasselrijen en vorstelijke ambtenaren. IIe Deel. Na de vrede van Kadzand (1492). Door Willem Pieter Blockmans. Bruxelles, Académie Royale de Belgique, 1982. In-4° sous reliure d'éditeur, pp. 607-1156, (« Publications de la Commission Royale d'Histoire - In quarto »), exemplaire non coupé.

35 euros (code de commande : 1867).

Handelingen van de Leden en van de Staten van Vlaanderen. Regering van Filips de Goede (10 september 1419 - 15 juin 1467). Excerpten uit de rekenigen van de Vlaamse steden en kasselrijen en vorstelijke ambtenaren. Deel I. Tot de onderweping van Brugge (4 maart 1438). Door Willem Pieter Blockmans. Bruxelles, Académie Royale de Belgique, 1990. In-4° sous reliure d'éditeur, XIX + 746 p., (« Publications de la Commission Royale d'Histoire - In quarto »), exemplaire non coupé.

55 euros (code de commande : 1868).

 

HANSAY (Alfred) Étude sur la formation et l'organisation économique du domaine de l'abbaye de Saint-Trond depuis les origines jusqu'à la fin du XIIIe siècle. Gand, Engelcke, 1899. In-8° broché, XVI + 138 p., (collection « Université de Gand - Recueil des Travaux publiés par la Faculté de Philosophie et Lettres », 22e fascicule), exemplaire non coupé, manque au dos.

20 euros (code de commande : 298/69).

 

HERREMANS (Maurice-Pierre) La question flamande. Essai. Bruxelles, Meurice, 1948. In-8° broché, 205 p., feuillet d'errata volant, (« Collection des Études Politiques, Économiques & Sociales »), exemplaire du Service de Presse, hommage de l'auteur.

20 euros (code de commande : 301/69).

 

JACOBS (Jozef) De verouderde woorden bij Kiliaan. Gent, Siffer, 1899. In-8° débroché, X + 242 p., (« Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde »).

20 euros (code de commande 231/66).

 

KESTELOOT (Edgar)Réserves et parcs naturels de Belgique (partie Nord). Bruxelles, Rossel, 1977. In-8° broché, 120 p., illustrations, (collection « Nouveaux Guides », n° 4).

7,50 euros (code de commande : 6235).

 

KINTSSCHOTS (L.) Anvers et ses faubourgs. Guide historique et description des monuments. Bruges, Desclée de Brouwer, [1894]. In-12 sous cartonnage d'éditeur, XII + 237 p., illustrations, un plan en couleurs volant, (« Guides Belges »).

20 euros (code de commande : 6927).

 

LAENEN (chanoine J.) — Introduction à l'histoire paroissiale du diocèse de Malines. Les institutions. Bruxelles, Dewit, 1924. Fort in-8° broché, 469 + VIII p., cachet d'appartenance à la page de garde.

30 euros (code de commande : 319/65).

LAENEN (J.) — Kerkelijk en Godsdienstig Brabant vanaf het begin der IVe tot in de XVIe eeuw of Voorgeschiedenis van het Aartbisdom Mechelen. Antwerpen, De Sikkel, 1935. In-8° broché, 289 p., la couverture manque.

19 euros (code de commande : 2806).

 

LAMEERE (J.) Cour d'appel de Gand. De notre procédure criminelle à la fin de l'Ancien Régime. Discours prononcé par M. Lameere, Procureur-Général à l'audience solennelle de rentrée du 1er octobre 1890 et dont la Cour a ordonné l'impression. Bruxelles, Alliance Typographique, 1890. In-8° broché, 56 p.

13 euros (code de commande : 275/62).

 

   L’ESPINOY (Philippe). Recherche des antiquitez et noblesse de Flandres....
   
Douai, Wyon, 1631.
       Édition originale de cette importante étude généalogique abondamment illustrée.
   Pour en savoir plus...

1200 euros (code de commande : 11212/v1).

 

 

LINDEMANS (Jan) — Toponymie van Opwijk. Brussel, Standaard-Boekhandel, 1930. In-8° broché, X + 219 p., une carte dépliante hors texte, (collection « Nomina Geographica Flandrica », Monographieën I), rousseurs.

15 euros (code de commande : 325/65).

 

MARECHAL (Jos.) Geschiedenis van de Brugse Beurs. Brugge, De Anjelier, 1949. In-8° sous cartonnage d'éditeur, 98 p., 19 planches hors texte, hommage de l'auteur, étui.

15 euros (code de commande : 296/67).

 

MARTENS (Mina) — Le censier ducal pour une partie de la circonscription de Louvain en 1366. Bruxelles, Palais des Académies, 1962. In-8° broché, 130 p., un plan, (« Commission royale d'Histoire »), exemplaire non coupé sur vergé d'Arches.
Extrait de l'introduction :
« Le censier ducal pour l'ammanie de Bruxelles a été publié par nous en premier lieu, en considération de sa date : c'est le plus ancien document du genre conservé pour le domaine ducal brabançon.
Il nous a paru utile de donner, en second lieu, une édition du censier ducal pour la circonscription de Louvain, dont on sait qu'elle est à l'origine des possessions domaniales de la maison de Brabant.
Nous avons cru pouvoir nous écarter ainsi de l'ordre chronologique, car, bien qu'il ne soit guère antérieur à 1366, le texte concernant Louvain permettait d'utiles comparaisons avec Bruxelles.
Le bénéfice de cette comparaison s'établissait en ordre principal à l'échelon urbain : les deux villes, leurs habitants, leurs rues et lieux dits, certaines de leurs institutions pouvaient être confrontés.
Il en allait autrement des localités relevant des circonscriptions soumises aux receveurs de Bruxelles et de Louvain. Si nous disposions d'un texte complet pour Bruxelles, celui de Louvain ne dénombre que les censitaires de Holsbeek, de Pellenberg, de Velthem et de Kelfsele, faisant abstraction de ceux de Hérent, Thildonc, Winxele, Wijgmael, Rhode-Saint-Pierre, Berthem et Binswijck.
Le censier de 1366 pouvait donc paraître incomplet. S'il l'est à coup sûr, en égard à toute la circonscription, il ne fut probablement jamais plus long. Il est en effet curieux de constater que les cens domaniaux de la circonscription de Louvain ne furent jamais consignés dans un registre unique, mais dans des registres de circonscriptions partielles relevant, probablement, de subordonnés au receveur de Louvain.
Quoi qu'il en soit, on doit moins regretter l'absence de mentions concernant certaines localités de la circonscription, que celles-ci sont restées très rurales et que les biens s'y repèrent avec plus de facilité. Ce qui importe assurément, c'est que le censier de 1366 établit en clair la situation particulièrement complexe de Louvain.
Nous ne reviendrons plus sur les considérations générales relatives à la nature des censiers, développées dans notre publication précédente.
En ce qui concerne le censier relatif à Louvain, il est certain qu'on est en présence de la copie d'un document plus ancien ; le modèle bruxellois de 1321, déjà probablement la copie d'un censier antérieur, constitue une indication dans ce sens.
S'il ne nous est pas permis d'identifier, à coup sûr, le scribe du censier avec le receveur ducal à Louvain, Gérard de Alphen, qui nous présente le texte, fl n'en est pas moins certain que c'est sous sa direction que celui-ci a été rédigé. »

10 euros (code de commande : 11323).

 

MEERBERGEN (J.) Sint Albertus van Leuven. Antwerpen, Vlaamsche Boekcentrale, 1935. In-8° broché, XVI,165 p.
Introduction :
« In de glorievolle rij van onze nationale heiligen staat Albertus van Leuven op een voorrang :
als bisschop, prins der Kerk, en als kamper en martelaar voor het heilig recht der Kerk ;
als hooggeboren prins van zijn land, telg van het hertogelijk hof van Brabant, wiens roemrijk geslacht voortleeft in het hoogvereerde koningshuis van België ;
als patroon van den onvergetelijken Koning-Soldaat, en van Z. K. H. Albert, prins van Luik, en van vele duizende landgenooten. Geen vlekje in België of zijn naam wordt er gedragen.
In zake Albertusbiografieën zijn onze waalsche landgenooten milder toebedeeld. Er komt maar één in 't nederlandsch gestelde levensbeschrijving vóór, deze van kanunnik Dr J. David, hoogleeraar te Leuven, en nog dateert ze van vóór 'n eeuw terug.
Moge deze bijdrage, die vooral gelijktijdige oorkonden, op de eerste plaats « Vita Alberti episcopi Leodiensis » (einde XIIe eeuw) verwerkt, tot glorie dienen van God, en tot meer verheerlijking van een onzer groote nationale heiligen.
Heilige Albertus van Leuven, zegen den koning, de koningin-moeder, onze prinsen, in hun zware beproevingen.
Zegen ons volk, uw volk, en bewaar het in houwe trouw aan God en Kerk. »

15 euros (code de commande : 11350).

 

MERGHELYNCK (Arthur) Monographie de l'Hôtel-Musée Merghelynck à Ypres. Flandre Occidentale, Belgique. Les édifices antérieurs à la bâtisse actuelle, leur histoire, leurs possesseurs 1340-1774. Notice historique sur l'hôtel actuel et ses propriétaires 1774-1892. Sa construction, sa décoration, 1774-1777. Son aménagement en musée, son mobilier, ses collections etc. 1892-1900. Guide descriptif des bâtiments et catalogue sommaire des principales curiosités qu'ils renferment accompagné de trois plans & de quinze planches en photogravure. Ypres, Imprimerie Tyberghien-Fraeys, [1900]. In-8° broché, 139 p., planches hors texte, plans, bel exemplaire peu affecté par les habituelles rousseurs.
Extrait de l'avant-propos :
« Au mois d'octobre 1894, parut sur l'Hôtel Merghelynck, notre album – totalement épuisé aujourd'hui – grand in-quarto, contenant une notice et trente planches en phototypie [...]
Nous eûmes deux fois tort en faisant cette publication si prématurément : d'abord, celui de faire une œuvre incomplète et renfermant quelques inexactitudes, maints appartements de l'Hôtel n'ayant pas encore à cette époque le mobilier qu'ils ont aujourd'hui, et ensuite, celui de faire imprimer un volume dont la forte dépense matérielle a eu pour résultat inévitable d'en rendre le prix de vente inaccessible à beaucoup de bourses.
C'est pour combler partiellement cette lacune et vulgariser notre œuvre, que nous publions de nouveau la notice en question, entièrement refondue, complétée et documentée, cette fois suivie de descriptions – fort littéraires – de l'Hôtel-Musée et des curiosités qu'il renferme, le tout en un petit volume portatif, d'un prix plus abordable que son aîné. Il formera une espèce de guide et catalogue sommaire du Musée et de ses collections, s'adressant en même temps au touriste, qui viendra visiter notre immeuble. »

25 euros (code de commande : 11349).

 

MONIER (Raymond) Les institutions financières du comté de Flandre du XIe siècle à 1384. Paris, Domat-Montchrestien, 1948. In-8° broché, 96 p.

19 euros (code de commande : 367/62).

 

NUYENS (E. M.Th.W.) De Staatkundige Geschiedenis der Provincie Limburg vanaf haar ontstaan tot aan haar uiteenvallen in 1839. Maastricht, Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap, 1956. In-8° broché, 192 p., illustrations, (collection « uitgegeven door Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap gevestigd te Maastricht », nr 2), exemplaire non coupé.

20 euros (code de commande : 331/69).

 

[OLIVIER (Jean-Baptiste)]. RYMENANS (J.-B.) Aen den edelen achtbaeren heer J.-B. Olivier, Ridder der Orde van den Nederlanschen Leeuw, Burgemeester der Stad Mechelen op den dag van zyne instellinge den 10den april 1826. Mechelen, Van Velsen-Van der Elst, [1826]. In-4° broché d'origine, [8 p.], exemplaire en bel état.

15 euros (code de commande : 14/58).

[OLIVIER (Jean-Baptiste)]. Geluk-Wensch aen den wel edelen agtbaeren heer, mynheer Joannes Baptista Olivier, vice-président der Gedeputeerde Staeten des Provintie Antwerpen, Ridder der Orde van den Nederlanschen Leuw, enz., thans door de gunst van Zyne Majesteyt den Koning benoemt tot het waerdig ampt van Burgermeester der stad Mechelen, ter gelegenheyd zan zyne installatie op den 10 april 1826. S.l.n.d. In-4° broché d'origine, [8 p.], trace de pliure verticale.

15 euros (code de commande : 15/58).

 

Le Patrimoine monumental de la Belgique. Volume 1: Province de Brabant, arrondissement de Louvain. 2ème édition. Liège, Mardaga, 1971. In-8° sous reliure et jaquette d'éditeur, 462 p., illustrations, plans, une carte générale.

12 euros (code de commande : 334/69).

 

ROOSES (Max) — Oud Antwerpen - Le vieil Anvers. Aquarelles et dessins de Frans Van Kuyck. Bruxelles, Lyon-Claessen, 1894. In-12 à l'italienne, 96 p. (texte sur deux colonnes) + 16 ff. n. ch. sur papier vert et ne contenant que des publicités, illustrations dans le texte et deux planches en couleurs hors texte, exemplaire bien complet de son plan qui manque souvent, rousseurs.
@ Édition bilingue.

25 euros (code de commande : 344/65).

 

SABBE (Étienne) — Anvers métropole de l’Occident (1492-1566). Bruxelles, La Renaissance du Livre, 1952. In-12 broché, 119 p., (collection « Notre Passé », sixième série, n° II), exemplaire non coupé, envoi de l’auteur.

9 euros (code de commande : 338/72).

 

Scaldis. Tentoonstelling. Oude kunst en cultuur, Hedendaagse kunst, economie. Antwerpen, 1956. In-8° broché, XXIV, 210 p., illustrations hors texte.
   
@ Catalogue de l'exposition organisée à Anvers, Stedelijke Feestzaal & Provinciaal Veiligheidinstituut, du 20 juillet au 9 septembre 1956.
Toelichting tot de catalogus :
   « In deze catalogue werden de drie afdelingen opgenomen, die samen de Scaldis Tentoonstelling vormen in de Scheldestad.
   De afdeling « Oude Kunst en Cultuur » – opgesteld in de Stedelijke Feestzaal, door het Antwerpse stadsbestuur ter beschikking gesteld van de inrichters – brengt enkele flitsen uit het zo rijke als verscheiden culturale verleden van het Antwerpse Scheldegebied. Naast de meer algemeen gekende aspecten – zoals de roemrijke Antwerpse schilderschool, de tekeningen en de prenten, de plastiek, het gedrukte boek – was het wellicht ook aangewezen de aandacht te trekken op deze domeinen van het artistiek leven uit vroeger dagen, die de laatste jaren minder in het brandpunt van de publieke belangstelling gestaan hebben. Wij denken hierbij o.m. aan de miniatuurkunst vóór de 16e eeuw – een terrein dat nog braakgrond is – wij denken ook aan de boekbindkunst na Plantin, aan de koperbewerking, die volgens de laatste bevindingen van groter betekenis zou geweest zijn dan tot nu toe gedacht werd. Ook het edelsmeedwerk van Antwerpse makelij is hier goed vertegenwoordigd en terecht : niet alleen produceerden onze edelsmeden zeer veel, zodanig dat men in het gehele Vlaamse land hun werk terugvindt, maar ook kwalitatief behoort o.m. wat een Melijn, een Moermans, een Lepies gewrocht hebben tot het allerbeste. Ook de Antwerpse wapensmeedkunst schijnt volgens de jongste ontdekkingen zeer belangrijk te zijn geweest : de naam van Libaerts is voortaan in de mond van alle buitenlandse specialisten. Speciaal mag hier ook gewezen worden op twee afdelingen, die buiten de betreden paden gaan. De eerste brengt een overzicht van de bouwkunst, sinds de laatgotiek, over de expansieve Floris-renaissance en de zwierige barok, naar de typisch lokaal-Antwerpse rococo van een Van Baurscheit. Is deze afdeling uitteraard documentait ingesteld, de tweede zal stellig op iedere bezoeker een grote indruk maken. Op advies van Mevr. M. Crick-Kuntziger, de ook internationaal erkende bevoegdheid op het gebied van de tapijtkunst in de vroegere Nederlanden, werd een uitgebreid ensemble samengebracht van te Antwerpen zelf geweven of elders, naar patronen van Antwerpse kunstenaars tot stand gekomen wandtapijten – een ensemble dat ongetwijfeld de belangstelling zal wekken zowel van kenner als van leek.
   In de zalen van het Provinciaal Veiligheidsinstituut zal men een overzicht vinden van hetgeen de kunstenaars in de Provincie Antwerpen in de laatste vijftigjaar uitgebeeld hebben, en dit zowel op het gebied van de zuivere plastische kunsten als voor de kunstambachten. Naast vele bekende namen, vermeldt de catalogue ook vertegenwoordigers van de jongere generaties, van de meer recente stromingen op artistiek gebied. Ingevolge een overeenkomst tussen de inrichters in de drie provincies, zal deze afdeling slechts een tijd te Antwerpen worden tentoongesteld, tot 5 augustus, om dan achtereenvolgens te Doornik en te Gent te gast te ziin. Intussen bevinden zich reeds een aantal werken te Doornik, naar aanleiding van de plechtige opening aldaar van de eerste der drie Scaldis Tentoonstellingen door Z.M. de Koning. In het Provinciaal Veiligheidsinstituut zullen dan om de beurt de Oostvlaamse en de Henegouwse kunstenaars exposeren.
   Op de eerste en tweede bovenverdieping van hetzelfde gebouw werd de Economische Afdeling ondergebracht. De promotors beoogden hiermede een inzicht te willen geven in de groei, de huidige toestand en de toekomstmogelijkheden van de economische bedrijvigheid in het Scheldebekken van onze provincie.
   De nota's van de catalogue werden opgesteld door de respectieve medewerkers der verschillende afdelingen. De algemene redactie berustte bij P. Baudouin, Conservator van het Sterckshof, het Provinciaal Museum voor Kunstambachten te Deurne, die tevens verantwoordelijk is voor de vertaling van de in de Franse taal gestelde bijdragen. In de nota's van de afdeling « Oude Kunst en Cultuur » wordt alleen verwezen naar tentoonstellingscatalogi, waarin een uitvoerige behandeling of nieuwe gegevens, te vinden zijn. Ook de literatuuropgave werd in die zin opgesteld, waarbij evenwel ook verwijzingen naar pe speciale repertoria werden opgenomen. De lijst der gebruikte afkortingen zal men hieronder vinden. Van verwijzingen naar meer algemene werken, handboeken en z.g. standaardwerken werd afgezien. Het kan ook niet de bedoeling zijn hier steeds te verwijzen naar algemene bronnenpublicaties, zoals de geannoteerde uitgave van de Liggeren van de St.-Lucasgilde door Ph. Rombouts en Th. Van Lerius (1872). » 

10 euros (code de commande : 12664).

 

SCHELLEKENS (Jozef) Turnhout, de hoofstad van de Kampen. Amsterdam, Allert de Lange, 1949. In-12 sous cartonnage d'éditeur, 155 p., illustrations, (« Heemschut-serie », deel 66).

7,50 euros (code de commande : 1307).

 

SIMENON (Guillaume)L'organisation économique de l'abbaye de Saint-Trond depuis la fin du XIIIe siècle jusqu'au commencement du XVIIe siècle. Bruxelles, Académie Royale de Belgique, 1912. In-8° broché, 632 p., deux cartes dépliantes hors texte, (« Classe des Lettres et des Sciences Morales et Politiques et Classe des Beaux-Arts. Mémoires », Collection in-8°, deuxième série - tome X - fascicule II), manque au dos, couverture défraîchie

20 euros (code de commande : 361/64).

 

Stad Mechelen. 500 jaar grote raad. 1473-1973. Tentoonstelling van Karel de Stoute tot Keizer Karel. Mechelen, 1973. Grand in-8° broché, 247 p., illustrations en noir et en couleurs, on joint la brochure de 28 p., qui contient la traduction des textes en français.
   
@ Il s'agit du catalogue de l'exposition éponyme organisée au Cutureel Centrum Burgemeester A. Spinoy, à Malines, du 16 septembre au 4 novembre 1973.
Inhoudstafel :
   - De reizende Grote Raad (ca. 1435-1473), Het Parlement (1473-1504), de reizende Grote Raad (1477-1504) en de Grote Raad van Mechelen (1504-1796).
   - De Bourgondische Staat.
   - De betrekkingen tussen de Parlementen in Bourgondië en de Grote Raad te Mechelen.
   - De Bourgondische kunst onder de Hertogen van Valois.
   - Mechelse kanttekeningen bij de kunst tot ca. 1550.
   - Rechtshistorische afdeleing.

      1. De filiatie van de Drie Grote.
      2. De Gollega's van het Parlement van Mechelen.
      3. De vier perioden van het Parlement.
   - Catalogus der Kunstafdeling.
      1. Schilderijen.
      2. Beeldhouwwert en Albast.
      3. Tekeningen en Grafiek.
      4. Handschriften en Miniaturen.
      5. Kunstambachten.
      6. Numismatiek.
   - Biografische notities.

20 euros (code de commande : 12544).

 

STEURS (Willy) Naissance d'une région. Aux origines de la Mairie de Bois-le-Duc. Recherches sur le Brabant septentrional aux 12e et 13e siècles. Bruxelles, Académie Royale de Belgique, 1993. In-8° broché, 426 p., (collection « Mémoires de la Classe des Lettres » Collection in 8°, 3e série, tome III), jaquette.

25 euros (code de commande : 356/69).

 

Tafels van de resolutieboeken der Staten van Vlaanderen. I. 1580-1583 en 1614-1631, uitgegeven door Hubert Van Houtte. II. 1631-1658 uitgeegeven door J. Dhondt. Brussel, Paleis der Academien, 1941. In-4° brochés, X + 128 et 958 p.

Les deux volumes : 40 euros (code de commande : 3349).

 

THYS (Augustin) — Historique des rues et places publiques de la Ville d'Anvers. Anvers, Gerrits, 1873. In-8° demi-percaline verte à coins, VII, [1 bl.], 520 p., annotations aux pages IV-VII, l'ouvrage est bien complet mais le cahier des pages 41-56 n'a été ni relié ni rogné, rare.
   
@ L'auteur précise les thèmes traités dans l'ouvrage : « Origine des noms des rues, altérations nombreuses et traductions incorrectes - Détails topographiques - Églises, chapelles, établissements religieux et fondations diverses - Monuments, hôtels et maisons historiques - Descriptions, notices biographiques, épisodes, anecdotes, légendes, etc. »

    

50 euros (code de commande : 12668).

 


VAN BOSTRAETEN (Ch.) — De Nederzetting sloten en de merovingische begraafplaats te Gent-Port Arthur. Brussel, Gemeentekrediet van België, 1972. In-8° broché, X, 141 p., illustrations in et hors texte, (« Pro Civitate - Historische Uitgaven », n° 25).
Extrait de l'introduction :
« Onderhavige studie kan verantwoord worden vanuit meerdere standpunten, zowel uit het archeologische als uit het historische, zowel uit dat van de lokale geschiedschrijving als dat van de méthodologie der historiografie... In de eerste plaats was op archeologisch vlak een nieuwe, grondige studie van de Merovingische begraafplaats te Gent-Port Arthur en haar overblijfselen een dringende noodzaak geworden. De laatste, enigszins betrouwbare uitgavel ervan dateert immers reeds uit 1938, en deze krioelt, evenals de vorige trouwens van onnauwkeurigheden en achterhaalde stellingnamen. Sindsdien is er een rijke literatuur verschenen over de vroegmiddeleeuwse grafvelden en hun problemen, en recente werken over typologie en chronologie van Duits materiaal stellen dateringen voor, die slechts mits kleine aanpassingen ook op dat uit onze streken toepasselijk blijken te zijn. Daarenboven hebben de opgravingen van Dr. Roosens en Dr. Janssens op het grafveld te Grobbendonk onlangs het vraagstuk der Merovingische brandgraven weer geactualiseerd. Daarom bezorgen wij hierbij, als eerste deel van onze studie, de verlangde nieuwe editie van de necropool van Port Arthur. Na een historien van de « opgravingen » van 1917 en de lotgevallen van het vondstmateriaal, stellen wij een typologisch ingedeelde catalogue van het laatste voor, waarin, aan de hand van een uitgebreid vergelijkingsmateriaal, getracht wordt ieder stuk afzonderlijk zo scherp mogelijk kritisch te dateren. Dan volgt een hoofdstuk, gewijd aan de archeologische interpretatie ; daarin pogen wij de necropool – of althans het blootgelegde deel ervan – in zijn oorspronkelijke toestand te reconstrueren. Vooral aan de hand van de schaarse gegevens over de onderlinge samenhang der overblijfselen spannen wij ons in om het aantal der ontdekte graven te achterhalen en buigen wij ons over het ingewikkelde probleem van het grafritueel, lijkverbranding en/of -begraving ? Ook bouwen wij een algemene datering van de begraafplaats op. Deze paragrafen moeten vanzelfsprekend eveneens een beroep doen op vergelijkingsmateriaal. Een hoofdstuk over de historische interpretatie besluit tenslotte deze bronnenuitgave. Daarin trachten wij – enkel aan de hand van archeologische overblijfselen op zichzelf en in hun gereconstrueerd verband, en van wat uit de algemene geschiedenis bekend is, – de economische, sociale en religieuze achtergronden te peilen van de nederzetting waarbij het grafveld behoorde.
Zo belanden wij bij de historische verantwoording van onze studie. In de jaren volgend op de tweede wereldoorlog zijn er talrijke werken en artikels verschenen over de geschiedenis – en meer bepaald de oudste – van Gent en omgeving. Deze steunen respectievelijk op geschreven bronnenmateriaal, toponymische gegevens of geografische bouwstoffen, en hebben elkaar wederzijds beïnvloedend, tot duidelijk afgelijnde, vrij homogene resultaten geleid. In deze interdisciplinaire samenwerking is de archéologie tot dusver de grote afwezige gebleven. Wanneer wij hierbij een historische interpretatie voorstellen van de overblijfselen uit de Merovingische begraafplaats van Gent-Port Arthur, dan doen wij eigenlijk niets anders dan een opvallende en ontoelaatbare leemte opvullen ; er is geen enkele reden om de ongeschreven bronnen ongebruikt te laten ! »

8 euros (code de commande : 11449).

 

VAN BRAGT (Ria) — De Blijde Inkomst van de Hertogen van Brabant Johanna en Wenceslas (3 januari 1356). Een inleidende studie en tekstuitgave. Leuven, Nauwelaerts, 1956. In-8° broché, 126 p., illustrations hors texte, reproduction de la charte sur feuille volante, (collection « Anciens Pays et Assemblées d'États », n° XIII), rousseurs.
Table des matières :
I. Inleiding.
   Waarom nu over de Blijde Inkomst ? ; Voorstelling en belang der Blijde Inkomst ; De naam ; Behandelde punten.
II. Lieratuuroverzicht.
III. Wordingsgeschiedenis van de Blijde Inkomst.
   De bevoordeelden. Was het charter ook voor Limburg bestemd ?
IV. Formele analyse (begin- en eindprotocol ; de zegels ; de getuigen).
V. Studie der originelen, kopieën, uitgaven.
   A. De originelen (Beschrijving ; Het grosseren ; Hun aantal ? ; De Chartes van Brabant ; Identiteit van de nrs. 900 en 901 ; Het Brussels origineel van Tienen ; Bestemmelingen.
   
B. De afschriften.
   
C. De uitgaven.
   D. Conclusies.
Lijst van geciteerde bronnen en werken.
Bijlagen.
   I. Tekst van de Leuvense « Blijde Inkomst » en lijst der originelen, drukken en vertalingen. (Tabel van der tekstvarianten in de vier originele stukken.)
   II. Latijnse vertaling der Blijde Inkomst van 3 januari 1356.
   III. De naam « Blijde Inkomst ».

15 euros (code de commande : 11495).

 

[VAN BREEDENE (Egidius)]. STRUBBE (Eg. I.) — Egidius Van Breedene (11..-1270). Grafelijk ambtenaar en stichter van de abdij Spermalie. Bijdrage tot de geschiedenis van het grafelijke bestuur en van de Cistercienser Orde in het dertiendeeuwsche Vlaanderen. Brugge, De Tempel, 1942. In-8° broché, 427 p., (collection « Rijksuniversiteit te Gent. Werken uitgegeven door de Faculteit van de Wijsbegeerte en Letteren », 94e aflevering).
Extrait de l'avant-propos :
« Bij een onderzoek op het archief van de voormalige abdij Spermalie trof mij, in een oorkonde van [11 ?] Februari i 228 de zinsnede : quia sigillum cuiuscumque nostrum [sc. comitis et comitisse] diu tulit [sc. Egidius de Bredene]. De sedert lang gekende stukken over de betwistingen, die in de eerste helft van de XIIIe eeuw tusschen den graaf en den proost van S. Donatiaan te Brugge als erfkanselier van Vlaanderen, betreffende het bewaren van het grafelijke zelgel waren ontstaan, kregen daar een aanvullende belichting, die van aard was dit duistere vraagstuk een stap nader tot de oplossing te brengen. Vooral de omstandigheid dat Egidius van Breedene een clericus comitis was, scheen me in dit verband belangrijk toe. Bij verdere opsporingen bleken voldoende bescheiden voorhanden om een vrij nauwkeurig beeld van de loopbaan en den levensloop van dezen grafelijken zegelbewaarder te geven.
   Hoe zeer ik mij ook beijverd heb op het spoor te komen van alle oorkonden waarin Egidius van Breedene vermeld wordt, toch verkeer ik niet in den waan volledigheid te hebben bereikt. In de massa bescheiden uit de XIIIe eeuw, die nog in de archiefdepots begraven liggen, is er ongetwijfeld meer dan eenstuk dat mijne verzameling had kunnen en moeten aanvullen ; zelfs onder de uitgegevene bescheiden is het bijna zeker dat het eene of het andere aan mijn nasporingen ontsnapt is. Ik verheel me niet dat dus zaken of gebeurtenissen aan het licht kunnen komen, die een belangrijke leemte in mijn uiteenzetting kunnen aanwijzen. Niemand meer dan ik zelf zou, bij de begrijpelijke teleurstelling over een bevondene leemte in mijn uiteenzetting, een dergelijke ontdekking van harte toejuichen. Mijn opzet bij het samenstellen van deze studie immers is niet geweest het persoonlijke en individueele van Egidius in het licht te stellen, maar doorheen diens leven en loopbaan, het belang en de rol te omschrijven van een merkwaardige en weinig opgemerkte groep uit het dertiendeeuwsche Vlaanderen : deze van de eerste beroepsambtenaren van het grafelijke bestuur, de clerici comitis, zooals ze meestal in de bronnen worden genoemd. Met de inlichtingen, die ik heb kunnen verzamelen, meen ik een beeld te hebben mogen ophangen dat, althans in zijn breede trekken, betrouwbaar is. De lezer moge zelf oordeelen of ik mij daarbij vergist heb.
   Ik heb dus in hoofdzaak Egidius als de vertegenwoordiger van zijn stand beschouwd. Het individueel-biografische is daardoor eigenlijk op den achtergrond geplaatst, terwijl zooveel mogelijk nadruk werd gelegd op wat de toenmalige toestanden en opvattingen kan ophelderen. Waar de loopbaan van Egidius nieuw licht op minder gekende toestanden kon werpen, heb ik niet geaarzeld het biografische kader te verruimen en zelfs een heel einde in het verleden terug te grijpen ; vooral wat de grafelijke clerici in de XIIe eeuw en het bewaren van het grafelijke zegel van af 1183 betreft, viel de uiteenzetting vrij uitvoerig uit. Dat het onderwerp daarbij niet tot in de laatste bizonderheden uitgewerkt werd en vele punten van mijn uiteenzetting door latere navorschingen zullen verbeterd en misschien aanzienlijk gewijzigd worden, bleek me geen voldoende reden om de algemeene uitkomst van mijn onderzoek ongedrukt te laten. Integendeel, ik zou me meer dan voldaan achten, moesten mijn onderstellingen en mijn zienswijze een verdere navorsching uitlokken.
   Na de eigenlijke uiteenzetting volgen drie bijlagen. De eerste geeft, onder den titel Egidius van Breedene in de historische literatuur, een bondig kritisch overzicht van de verschillende levensberichten, die eenig nieuws over Egidius hebben gegeven ; het lag in den aard van de zaak daarbij de vorming van de legende over Egidius uiteen te zetten. De tweede bijlage behandelt, onder den titel Egidius van Breedene in de bronnen, de verschillende namen en titels, die in de bronnen aan Egidius worden gegeven : deze bijdrage levert het bewijs dat de gebruikte oorkonden en bescheiden een en dezelfde persoon onder die verschillende namen en titels aanduiden. De laatste bijlage bevat de bewijsstukken. Ze is in twee afdeelingen gescheiden. De bijlage III A geeft de samenvatting of de tekstuitgave van de oorkonden die in den loop van de studie werden gebruikt ; de bijlage III B bevat de verzameling oorkonden betreffende de abdij Spermalie, volledig tot aan 1270, het overlijdensjaar van Egidius, en na 1270 alleen voor zoover Egidius erin vermeld wordt. »

25 euros (code de commande : 11545).

 

 

VAN CASTER (G.) Festivités en l'honneur de Saint Rumold. Évêque, Martyr, Apôtre de Malines. Trois conférences données au Cercle Archéologique de Malines par le président G. Van Caster. Malines, Godenne, 1903. In-8° broché, 155 p., illustrations.
@ Ce volume est un extrait du tome XIII (1903) du Bulletin du Cercle Archéologique, Littéraire & Artistique de Malines.
La première conférence fut donnée le 3 avril 1903, elle a pour titre : Procession de la Paix, dite Peys-Processie.
La deuxième conférence fut donnée le 17 juillet 1903, elle a pour titre : Procession de Juillet. Processions votives. Reliques. Châsses de 1369, 1631 et 1825.
La troisième conférence fut donnée le 7 août 1903, elle a pour titre : Groupes historiques et allégoriques. Cortège des Géants. Décor des rues. Programmes et Albums.
L'ouvrage se termine par la publication de notes et de documents.

10 euros (code de commande : 11450).

 

VAN DAELE (Henk) — Geschiedenis van het stedelijk lager onderwijs te Antwerpen van 1830 tot 1872. Brussel, Gemeentekrediet van België, 1972. In-8° broché, X + 367 p., illustrations hors texte, (collection « Pro Civitate », n° 31).

7,50 euros (code de commande : 2830).

 

VAN DAMME (P.) Le port de Bruges. Bruges, Desclée de Brouwer, 1946. In-4° broché, 101 p., illustrations , 56 ff. n. ch. comprenant un grand nombre de reproductions photographiques.
@ Après une évocation de l'histoire du port de Bruges, le volume s'attache surtout à évoquer la situation moderne. La première partie décrit le port d'escale (description, trafic, station de soutage...), la seconde partie est consacrée au port intérieur (description, trafic, ferry-boats, trafic du macadam, trafic des fers, canal Bruges-Roulers, tarifs spéciaux de chemin de fer...) et la troisième au port de pêche (description, trafic, administration, école des pêcheurs...). L'étude se termine par un chapitre sur l'administration du port, des statistiques et une annexe sur le port et la guerre.

30 euros (code de commande : 11108).

 

VANDEKERCKHOVE (Reinhild) — Structurele en sociale aspecten van dialectverandering. De dynamiek van het Deerlijkse dialect. Tongeren, Michiels, 2000. In-8° broché, 352 p., (collection « Werken van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie. Vlaamse Afdeling », n° 21).

10 euros (code de commande : 381/63).

 

VANDERKINDERE (Léon) — Le siècle des Artevelde. Études sur la civilisation morale et politique de la Flandre et du Brabant. 2e édition avec une préface de M. Paul Fredericq. Bruxelles, Lebègue & Cie, 1907. Grand in-8° broché, XV, 346 p.
Table des matières :
   Chapitre I : La politique extérieure.
   Chapitre II : La commune aristocratique.
   Chapitre II : Les artisans.
   Chapitre IV : La révolution démocratique.
   Chapitre V : Le nouveau régime.
   Chapitre VI : Le mouvement économique.
   Chapitre VII : Les campagnes.
   Chapitre VIII : La politique de centralisation.
   Chapitre IX : La religion et le clergé.
   Chapitre X : Les idées et les mœurs.

30 euros (code de commande : 12669).

 

 

VAN DE VOORDE (H.) — Enkele aspecten van de Hobokense gesghiedenis rond de eeuwwisseling 1893-1911. Bruxelles, Gemeentekrediet van Belgie, 1965. In-8° broché, 130 p.

7,50 euros (code de commande : 1780).

 

[VAN DE WIJER (H.J.)] — Feestbundel H.J. Van de Wijer den jubilaris aangeboden ter gelegenheid van zijn vijfentwintigjarig hoogleeraarschap aan de R.K. Universiteit te Leuven 1919-1943. Delen I en II (complet). Leuven, Instituut voor Vlaamsche Toponymie, 1944. Deux volumes in-8° brochés, 484 et 378 p., cartes dépliantes.
Table des matières :
Eerste Deel

   H. J. Van de Wijer : Biographie en bibliographie.
I. Anthroponymie en Toponymie
   A. A. Beekman : Persoonsnamen in de Nederlandsche toponymie.
   R. Billiet : Uit het verleden en het heden van Edingen.
   A. Carnoy : Dieren in de Vlaamsche toponymie.
   D. J. Delestré : Bezittingen van de Abdij van Grimbergen te Leuven.
   H. Draye : Twintig jaar toponymisch onderzoek in Vlaanderen (met een kaart).
   J. Helsen : Stilistische opmerkingen bij dorpskeurboeken uit de Kempen.
   O. Jodogne : Buts et méthodes,de l'anthroponymie (avec deux cartes).
   J. Lindemans : De etymologie van Assenede, Assent, Astene.
   L. De Man : Betwiste Leuvensche plaatsnamen.
   P. J. Meertens : Zeeuwse familienamen, van plaats- en veldnamen afgeleid.
   J. W. Muller : De spelling der (Noord)nederlandsche plaatsnamen.
   J. L. Pauwels : Metsel, Meertsel, Meinaard en Meinaardshoven in de toponymie.
   W. Pée : Familienamen en bijnamen te Staakte (met een kaart).
   F. Prims : Keuren der Vryheyt van Arendonck.
   G. Remans : Enkele aanteekeningen over Buurschappen en Gemeente.
   K. Roelandts : Bijdrage tot de studie van de Vlaamsche -acum-namen.
   J. De Smet : De Brugsche straatnamen in 1399, in het cijnsboek van den disch der Brugsche O. L. Vrouwkerk (met een kaart).
   A. Stevens : Toponymie en dialektologie. Beschouwingen in verband met de Nederlandse dialektvorm van enkele Haspengouwse plaatsnamen.
   J. Vannérius : Tessenderloo et la Taxandrie (avec une carte).
   V. Verstegen : Toponiemen te Mechelen a/d Maas en plaatselijk dialect.
   A. Vincent : Quelques toponymes de Belgique.
   J. De Wilde : Water-toponiemen uit Noord-Waasland.
   E. Dewolfs : Nog over de étymologie van Bakkelein en Velp.
Tweede Deel
II. Dialectologie en Taalhistorie

   E. Blancquaert : Apocope van slot -n na doffe e in het Nederlandsch (met drie kaarten).
   J. E. Dupont : Over Ouddietsche rechtsspreuken in vreemde vermomming.
   F. L. Ganshof : Toti oppido et universitati inutilis.
   
L. Goemans : Uit Prof. P. Willems' dialectkundig archief.
   L. Grootaers : Bijdrage tot de Zuidlimburgsche tonologie.
   L. D'Hoop : De mouilleering der velaren in het dialect van Tienen.
   J. Leenen : Luikse herkomst van de Limburgse knikker of « huuf » ?
   A. Van Loey : Een mogelijke oorzaak van de primaire i-umlaut.
   J. F. Vanderheyden : Bibliographie van de Neerlandistiek.
   J. De Vries : Enige opmerkingen over de werkwoorden voor maken en doen in het Germaans.
III. Literatuurgeschiedenis
   J. Aerts : Iets over Daniël Bellemans (1642-1674).
   R. Antonissen : Het individualisme van Willem Kloos.
   L. Baekelmans : De eigenaardige Konstantijn Simillion.
   C. De Baere : Ignatius Vitzthumb en het Vlaamsch tooneel te Brussel.
   F. Baur : Nog Gezelle's Hiawadha.
   V. Celen : Michiel de Swaen ais dichter en Nederlander.
   R. F. Lissens : Nieuwe Rodenbach-briefwisseling.
   J. Van Mierlo : De echtheid van de Heimelichede der Heimelicheit als werk van J. van Maerlant.
   E. Rombauts : Justus de Harduyn's Goddelicke Lof-Sanghen als liedboek der Contra-Reformatie.
   P. Sobry : Principieele beschouwingen over de studie en het karakter der Renaissancistische literatuur, voornamelijk in Italië.
IV. Oudheidkunde
   M. Gysseling : De Romeinsche kustverdediging in Belgica secunda, volgens de Notitia Dignitatum.
   H. Roosens : Het probleem der Frankische begraafplaatsen.
V. Volkskunde
   R. Foncke : Een Mechelse verwensing : « Loopt naar de mik ! »
   J. Goossenaerts : Volkskunde in het Land van Ryen.
   M. De Meyer : Rogge - Koren. Taalkundig aspect van een volkskundig onderzoek (met een kaart).

Les deux volumes : 50 euros (code de commande : 11970).

 

VAN GELDER (H.A. Enno) Nederlandse dorpen in de 16e eeuw. Amsterdam, Noord-Hollandsche uitgevers maatschappij, 1953. In-8° broché, 147 p., plans, tableaux, (« Verhandelingen der Koninklijke nederlandse Akademie van Wetenschappen, AFD. Letterkunde »).

13 euros (code de commande : 322/67).

 

VANHAUTE (Eric) De invloed van de groeii van het industrieel kapitalisme en van de centrale staat op een agrarisch grensgebied : de Noorderkempen in de 19de eeuw (1750-1910). Brussel, Gemeentekrediet, 1990. In-8° broché, 288 p., (collection « Historische Uitgaven », reeks in-8°, nr. 81, 1990).

10 euros (code de commande : 399/68).

 

VAN RYSSEL (Daniël) — De Gentse huishuren tussen 1500 en 1795. Bijdrage tot de kennis van de konjunktuur van de stad. Bruxelles, Crédit Communal, 1967. In-8° broché, 170 p., tableaux, (collection « Pro Civitate », 15).

10 euros (code de commande : 301/65).

 

VAN WERVEKE (Hans) — Kritische studiën betreffende de oudste geschiedenis van de stad Gent. Universiteit te Gent, 1933. In-8° broché, 103 p., une carte, (collection « Werken uitgegeven door de faculteit der wijsbegeerte en letteren », 69e aflevering).
Inhoudstafel :
I. « Castrum Gandavum »
II. Het oorspronkelijke portus omvatte ook de Sint-Michielswijk.
III. Het oorspronkelijk domein van Sint-Baafs en Sint-Pieters te Gent.
IV. Abdij- en portus-ekonomie.
V. « Ad opus castri ».
VI. Het Gentsche stadsschependom. Oorspronkelijk rechtsgebied en uitbreidingen.
VII. De keuren van Mathilde en van Boudewijn VIII (1191).
VIII. « Porta Troncinii ». Torrepoort of spui te Drongen ?
Index.

12 euros (code de commande : 11626).

VERSTEGEN (Vedastus) — Lokeren onder de franse overheesing. Lokeren, Stadbestuur, 1977. In-8° collé, 367 p., un portrait et deux illustrations.
Table des matières :
   I. De eerste Franse bezetting.
   II. De tweede Oostenrijkse restauratie, 1793-1794.
   III. Van bezetting tot inlijving, 1794-1796.
   IV. De boerenkrijk.
   V. De militaire conscriptie, 1798-1800.
   VI. Soldaten voor Napoleon.
   VII. De gedwongen lening van 1795.
   VIII. Van Franse naar Hollandse tijd, 1814-1815.
   IX. De teelt van suikerbieten. Nationale feestdagen.
   X. De fiscae en finantiële wetgeving.
   XI. De finantiële toestand.

20 euros (code de commande : 11922).

 

VIRRÈS (Georges) Aspects du Limbourg. Bruxelles, Office de Publicité, 1945. In-12 broché, 81 p., frontispice et carte dépliante hors texte, (« Collection Nationale », n° 61).

6,50 euros (code de commande : 1323).

 

VOET (Léon) — L'âge d'or d'Anvers. Essor et gloire de la Métropole au seizième siècle. Adaptation française de Anne Fillon. Anvers, Fonds Mercator, 1976. In-4° sous reliure, jaquette et étui d'éditeur, 248 p., nombreuses illustrations en noir et en couleurs (ces dernières contrecollées), bon exemplaire.
Introduction :
   « Dans le troisième tome de son Histoire de la Belgique, au terme d'une rigoureuse analyse, Henri Pirenne concluait : « Le mouvement économique que l'on vient de décrire gravite autour d'Anvers et en reçoit l'impulsion. Durant tout le seizième siècle, les Pays-Bas ne constituent pour ainsi dire que la banlieue de cette merveilleuse cité qui les soumet a son ascendant. » Il est vrai que le port du Werf qui, au temps des Bourguignons, n était encore qu'une bourgade insignifiante, devint en quelques décennies, une vaste métropole qui domina la vie économique et financière des Pays-Bas. Les artistes et les savants se rassemblent et s'installent là où mécènes, amis de l'art, spéculateurs sont nombreux, et les échanges faciles. Anvers devint donc également le centre artistique et intellectuel de cette grande « banlieue » évoquée par Henri Pirenne.
   L'essor culturel et économique d'Anvers ne fut pas seulement perçu par les provinces qui en bénéficiaient directement. Quand, à Augsbourg, en 1585, l'Allemand Jobst Amman grave sur bois une Allégorie du Commerce, il adopte comme motif principal une vue d'Anvers. Certes, il ne crée pas un chef-d'œuvre (n'étant sans doute jamais allé à Anvers, il déplace et déforme sans vergogne quelques-unes des églises et des tours) mais le seul fait d'avoir choisi Anvers comme symbole de la vie économique de l'Europe est assez significatif.
   Pour comprendre la rapide promotion du grand port de l'Escaut, il importe de la situer dans son époque : le seizième siècle, l'un des tournants de la civilisation occidentale. C'est alors en effet que les horizons de l'Occident reculent jusqu'à l'Amérique et à l'Asie. Grâce aux ressources nouvelles fournies par l'expansion économique, princes et monarques se mettent à moderniser leur appareil de gouvernement et leurs armées : les États modernes se constituent et, a cette occasion, éclatent des guerres sanglantes qui redessinent la carte de l'Europe. La Renaissance, née et mûrie en Italie, commence a s'étendre vers le Nord au-delà des Alpes. Elle apporte des formes d'art nouvelles et de nouvelles façons de voir qui, plaçant l'homme au centre de l'Univers, créent les conditions favorables au développement de la science moderne. Mais cette nouvelle vision rationaliste de la vie n'expulse pas le sentiment religieux du cœur et de l'esprit des hommes : l'enseignement de Luther entraîne de violents bouleversements, tant religieux que politiques, et ébranle l'unité de la Chrétienté.
   Or, c'est en ce même seizième siècle que les Pays-Bas s'affirment comme l'un des États les plus prospères et jouent dans tous les domaines de l'activité humaine un rôle quels n'avaient jamais tenu jusqu'alors et qu'ils ne devaient plus jamais retrouver.
   Les pages qui suivent vont tenter de faire revivre le monde turbulent de la Renaissance, vu du point de vue particulier mais privilégié de la Cité de l'Escaut. Les illustrations dont l'exceptionnelle qualité est due à la générosité et à l'exigeante conscience artistique des responsables du Fonds Mercator, permettront, au moins autant que le texte, de comprendre et de sentir ce que fut, à son Âge d'Or, le rayonnement d'Anvers, Métropole de l'Occident. »

60 euros (code de commande : 11575).

 

WOLTERS (M.J.) — Codex Diplomaticus Lossensis ou Recueil et analyse de chartes servant de preuves à l'histoire de l'ancien comté de Looz. Gand, F. et E. Gyselynck, 1849. In-8° broché sous une modeste couverture factice, couverture originale conservée, IV, 452 p., deux planches hors texte, rare.
@ Mathias-Joseph Wolters (Ruremonde, 1793 - Gand, 1859) était issu d'une noble famille limbourgeoise. Il suivit les cours de l'École polytechnique et, dans les années 1820-1821, il fut chargé par le gouvernement hollandais de la direction des travaux de fortification du front de Bois-le-Duc à Maestricht, puis en 1825-1828 il dirigea le creusement d'une partie du canal de Terneuzen à Gand. Après la révolution, il intégra l'administration du royaume de Belgique où il fit une très honorable carrière. Passionne d'histoire et d'archéologie, il publia de nombreuses notes historiques et il avait imaginé de composer une histoire de l'ancien comté de Looz et pour ce faire, il rassembla une foule de documents. « [...] ignorant si la Providence nous accordera assez de jours et de santé pour mener à bien l'ensemble de notre entreprise, nous avons conçu l'idée qu'il serait peut-être prudent de publier, par anticipation, les divers documents ou matériaux historiques que nous sommes parvenu à réunir et qui doivent former la base d'un travail subséquent ; car, si nous n'avions plus la faculté des les utiliser nous-mêmes, il pourront servir à d'autres qui, après nous, voudraient un jour s'occuper de l'histoire de Looz. »
De la Charte de Pepin de Herstal, en 714, aux édits de la fin du XVIIe siècle, ce sont 528 documents qui sont cités, localisés ou retranstricts.
& F. Swarts, dans Biographie nationale, t. XXVII, col. 396-397.

100 euros (code de commande : 11001).

.


Retour au début


Si vous souhaitez recevoir les avis de mise à jour de la page
Histoire de Belgique (Flandre)
indiquez ci-dessous vos références :
prénom et nom :
adresse électronique :
pays de résidence :
et cliquez sur

La fréquence de mise à jour est bien évidemment aléatoire et dépend des achats que nous réalisons...

N.B. : les informations que vous nous donnerez ne seront en aucun cas communiquées à des tiers.

Retour au début

COMMANDE DE LIVRES

Si vous souhaitez commander un des ouvrages présentés sur cette page, copiez le code de commande et collez-le dans un courrier que vous adresserez à courrier@loiseaulire.com ; en réponse, nous vous indiquerons si le livre est bien disponible, nous vous donnerons l'évaluation des frais de port (en fonction du pays de destination de la commande) et nous vous communiquerons les modalités de paiement (chèque, carte de crédit, versement bancaire...).

 
CONDITIONS DE VENTE

Les prix sont exprimés en euros (toutes taxes comprises). Les éventuels frais de port sont pris en charge par le destinataire et les ouvrages voyagent aux risques et périls de celui-ci.
Pour nos clients résidant en Belgique, les factures seront réglées par virement bancaire.
Pour nos clients résidant à l'étranger, les factures seront réglées en euros de préférence par carte de crédit ("Visa" ou "Eurocard"). Il est également possible d'utiliser le mandat postal international ou le virement postal international ; dans ce cas,
nous rappelons que nous ne pouvons pas nous permettre d'assumer les éventuels frais réclamés par la poste ou par les banques et que ceux-ci sont pris en charge par le client (en règle générale, la commission retenue par les banques est de 4,54 euros).
Nos clients français pourront également (et sans frais) effectuer leurs paiements par chèques libellés en euros.

Notre adresse :
Librairie L'Oiseau-Lire,
rue du Hautbois 36,
B-7000 MONS (Belgique).
Téléphone et télécopie : (32) (0) 65 31 28 73.

Retour au début